woensdag 19 november 2014

Diehard


Diehard

hij lijkt op een diapositief
van wijlen Roy Orbison
zijn geel geverfde haar zit
gefixeerd op zijn tanige hoofd
een bril met zwaar montuur
en oranje glazen alsmede
twee glimmende horloges
aan polsen die een mondharmonica
doen kermen in de microfoon.

hij zingt met schorre stem
een onverstaanbaar lied
in een Overijssels dialect
daarbij langzaam bewegend
op de manier van Dave Berry
tot slot steekt hij een sigaret op
hij blaast de rook verachtelijk uit
en beent dan weg van het podium.

het vertoon van deze 'diehard'
is stellig maar ook ontroerend
hij trekt al lang van Drees
maar ook nog steeds van leer
waarin zijn magere benen steken
op voeten in cowboylaarzen
ergens in Rock & Roll-land.

Dada in Wichmond


Dada in Wichmond


de poëzieavond verloopt aanvankelijk ordelijk
in het halfdonker zitten mensen braaf aan tafels
één roept er om een punt van orde: 'de recensies'
en of men die zelf mag doen is hier de vraag

het blijft even stil, dan slaat iemand op een drumstel
een deur gaat knarsend open voor een man
die klezmerachtige klanken voortbrengt
op een ruim twee meter lange klarinet

het werkt aanstekelijk op de mensen in de zaal
zij murmelen in koor met getuite monden:
p r r r r r r p r r r r r r p r r r r r r p r r r r r r
iemand doet dat tot zijn lippen bloeden

uit een houten wand reikt een dameshand
om zich te laten kussen door een dichter
de geesten van Huelsenbeck en Ball
nemen bezit van tapkast en toneel

de klarinet schettert in het katholieke buurthuis
anarchie maakt zich van de mensen meester
ze piepen, janken, fluiten, gorgelen en boeren
er is geen sprake meer van strikte regels

zij worden baas in eigen buik
zij zeggen: geen meester, geen knecht
zij eisen geluk!

het vers bruist in het speeksel van Dada
ligt plotseling voor op de tong in Wichmond
uit het gebouw van St. Ludgerus klinken stemmen
die de prediker met stomheid hadden geslagen.

Vliegende kachel


Vliegende kachel

in de heldere vriesnacht
stookte ik de Lange Jan
een kachel uit drie delen
gelijkend op een raket

meer zuurstof en meer hout
moesten mijn hart verwarmen
op deze januari avond

Lange Jan nam het letterlijk
en begon bedenkelijk te loeien
hem smoren hielp niet meer
de pijp begon al te gloeien

uit de schoorsteen kwam
een dikke rookpluim
gevolgd door een gloed
en vallende sterren vuur
op het brandbare dak van riet
het was een smeulende Etna
maar kwam mij nu toch te na
in dit late hachelijke uur

de brandweer gaf mij een stookverbod
maar zei niets over het vliegexperiment
met een kachel vol Jugendstil ornament
op deze maandagavond zonder God.

Drainage

Drainage

voorbij de boerenschuur
ligt een versgeploegde akker
doornat geregend tot modder
een kuilgrashoop ruikt zuur.

moeizaam dichterbij gekomen
steken buizen uit de blubber
geel, geribbeld, genummerd
en onderling verbonden.

ik zie er nu steeds meer
voorzichtig loop ik naar de rand
van de akker en spring daar
een paar keer op en neer.

de hele akker deint mee
ik dreig te verdrinken
in deze moddertrampoline
weer openen zich de hemelsluizen
boven de drainagebuizen.

Misfit


Misfit

bij het witte hotel
op het zonnige eiland
stond een monument
voor John Huston
een regisseurstoel
tegen een Sherman tank
naast een Griekse zuil
alles uit marmer gehouwen

het was er gevaarlijk
grote knaagdieren, honden
en kleine neushoorns
beten in alles met benen
behalve in die van de
zeer lookalike lokale
Marilyn Monroe
in haar opwaaiende
witte zomerjurk
met haar krijtwitte tanden
in haar rode mond
die naar 'cheese' stond

zij paste hier wonderwel
alleen ik niet.

Beelden

Beelden

Op een weide stond ik stil, zo stil
Om mij heen waren beelden in de grond geslagen
Vast, zeer vast stonden zij daar
Sommige hadden breuken van het slaan

Het was heel vroeg in de zondag
Nog bijna niemand was er op de been
Om de beelden te bewonderen
Om hun schoonheid te zien

Zelfs niet die enkeling die langskwam
Ik toonde hem de beeldhouwwerken
Hij kon ze zien, voelen en ruiken
Maar het was hem niet gegeven

Hij kon ze niet ervaren
Bleef ze niet zien of voelen
Laat staan er aan ruiken.


Speenvarken / Spanferkel

Speenvarken / Spanferkel

een kind schreeuwt moord en brand
het wil met zijn grote zus mee
de vader neemt het onder zijn arm
hevig spartelt het daar tegen
'moord en brand' gaan over in:
'als een mager speenvarken'

de moeder is onzichtbaar
maar mogelijk aanwezig:
"Hier backt die Hausfrau"
staat op het sandwichbord
bij de lieflijke plek des onheils
waar het varken nu gekeeld wordt

dan wordt het weer stil
in het pittoreske straatje
bij Wasserburg Raesfeld
waar blije bruidsparen poseren
voor overijverige fotografen
op de mooiste dag van hun leven
waarboven hier een bui hangt
de eerste druppels vallen.