zondag 13 september 2026

Harde wind

 Harde wind 

mijn Renault 4, een ouderwetse gelige, 
stond halverwege het pad naar ons huis
in het noordwesten zag ik een zware onweerslucht opkomen

ik reed het voertuig naar de garage, een voormalige kapschuur 
ernaast lag een grote hoeveelheid oud ijzer, waaronder spijkers
ik droomde weer eens van de zolder van mijn ouderlijk huis, 

waar ik een grote studio had, maar die kwam steeds niet af, 
er was bijvoorbeeld geen toegang, behalve een moeizaam lopen
open langs de balken. ik keek naar twee mannen op het erf

die iets deden met paarden. ze hoorden hier niet, 
maar ik liet ze begaan en keek naar de troep op het erf, 
een geweldige rotzooi. ik besloot naar binnen te gaan, 

het begon te waaien. nauwelijks stond ik voor een klein 
raampje dat uitkeek op het zuiden of er barstte een 
geweldige wind los, het huis kraakte. 

het zicht naar buiten werd vager aan de randen, 
het leek alsof de wind ook materiaal meenam. 
in de wei stond een man zijn paard te koesteren, 

maar ze zouden elk ogenblik meegezogen kunnen 
worden door die vreselijke, oorverdovende wind. 

Beschrijving

 Beschrijving

voor het eerst beschrijf ik mijn werkkamer, een zolderverdieping van
 ± 11,5 x 4,5 m. sinds twee jaren verdeeld in twee stukken, gescheiden door een 
zelfgetimmerd stuk van houten ribben afgedekt met gipsplaat en een witte saus. 

in het dak zitten 4 klapramen, die alleen bij zomerse hitte open gaan. de wanden
zijn witgesausd, op de vloer ligt een linoleum dat zijn beste tijd gehad heeft. 
Jaren heb ik erover gedaan tot ik een indeling had, die ik niet meer veranderde. 

Hoewel, sinds enige tijd verplaats ik de computer naar het warmere deel, 
omdat ik het op het stuk boven de 'deel' wat minder warm heb,  door de koude 
optrek van de bakstenen die op 'staal' (gewoon in de zandgrond) liggen.
 
Toen ik hier net kwam, in 1977, kon ik door de halve balken via een spleet in 
het rieten dak naar de maan kijken. Later zag ik buiten door het bos in het westen 
de komeet Hale-Bopp, ergens in de jaren negentig. 

Onder een raam op de noordkant zit ik achter een Apple Cinema HD display 
uit 2003(?) die aangesloten is op een G5 PPC, sterk verouderd ('obsolete') 
kunnen we zeggen. In een pootje van het beeldscherm ligt 

een insect dat al lang dood is, ik heb hem nu afgedekt met 
een sticker waarop mijn bedrag aan AOW staat. 
Over het beeldscherm heen kijk ik naar een afbeelding van mijn ouders, 

die ooit teruggevonden werd door mijn zus, die daar nog steeds woont. 
Hij was achter het behang terecht gekomen, op een onverklaarbare manier. 
Net zo onverklaarbaar als de wijze waarop ik hier terecht gekomen ben.

Mijn Hooft

 Mijn Hooft

hij reisde naar Oudenaarde om het 
Jotie T'Hooft festival te bezoeken, 
waarvoor hij een paar gedichten ingestuurd had 

had zijn treintickets al binnen en zijn boeking 
in hotel Tijl voor een overnachting, 
want het evenement begon om een uur of zeven 

dan werd het te laat om terug te keren 
hij bekeek het vervoerbewijs, het zag er simpel uit, 
met een foto van een oudere lachende blondine 

teveel oogschaduw waardoor het gaatjes leken. 
daardoorheen regels met de afkorting van mijn naam: 
Radsta en de datum waarop hij reisde

om de de vijf uur durende treinreis te doden 
bestelde hij een boek van de dichter en schrijver:
'Heer van de Poorten en andere verhalen'
 
de afzender kende zijn naam uit een boek 
dat hij schreef over mijn beroemde plaatsgenoot en hij zei: 
"Ja, ik ken A.L. Snijders, maar ik heb al meer
 
dan genoeg aan T'Hooft van Jotie :-))" 
zo vertrok hij in het weekend, zijn Hooft stond op een 
barstende koppijn, had kou gevat in dit grillige klimaat. 

Robottrein

 Robottrein

ik liep door de coupé naar voren, 
naar de treinbestuurder
maar die was er niet, 
zijn plek was leeg, 

er stond zelfs geen stoel, 
ik zat in een gerobotiseerde trein, 
die voortjoeg over een pad naast de rails
links waren wel rails en in de verte 

zag ik een trein aankomen
plotseling zag ik op het pad 
een blauwgrijze bestelauto, 
iets van voorheen PTT 

de de achterklep stond open, 
zij waren iets aan het repareren 
de treinrobot zag het ook en plotseling  
maakt hij een bocht naar links, 

over het spoor en stopte met de noodrem 
daar stonden wij, in het Veluwse bos, doodstil
ik stapte uit en liep naar wat een station leek, 
het deed denken aan Station Garderen

er kwam een trein aan, een oud model, 
maar nieuw in de blauwe en gele verf
ik rende om die trein te halen, kon
nog net in het staartvormige deel stappen

dat deel zal wel slingeren, dacht ik en ging zitten, 
terwijl hij optrok naar de bestemming Apeldoorn
waar niet zo lang geleden de bestuurder van een Suzuki
de open bus van de koninklijke familie wilde torpederen.

Ligfiets

 Ligfiets

De man van het echtpaar houdt mij staande
Vriendelijk vraagt hij of zijn blinde vrouw 
mijn ligfiets, een Kann Linear, mag aanraken, 
ze heeft nog nooit zo'n ding 'gezien'
Haar vingers betasten het aluminium 
en haar gezicht krijgt een dromerige, 
goedkeurende uitdrukking.

zaterdag 12 september 2026

Belgische boerderij

 Belgische boerderij

wij waren op weg naar Dedemsvaart, 
maar verdwaalden onderweg. Ik zag A. 
verder fietsen, terwijl ik mijn rijwiel in 

de berm had gelegd, omdat ik auto's gevaarlijk
zag naderen van achteren, zij raasden voorbij 
ik naderde een kruising en zag toen een 

binnendoor weggetje naar het fietspad van A. 
het naderde een boerderij en het werd omgeven 
door laaghangende struiken.plotseling stond 

daar stond een man met een stopbord, een spiegelei 
dat zwart was geschilderd in plaats van rood 
hij vroeg waar ik heen moest, ik zei dat ik 

naar het weggetje moest dat A. had genomen. 
zijn strenge gezichtsuitdrukking veranderde 
hij vond dat ik maar verder kon gaan

al doende knipte hij een paar grote peren 
van een tak, met de uitleg dat die te groot waren. 
de tak veranderde in een eend die zwanger was, 

naar het bleek van een groot aantal cellen, 
de man kneep ze uit en zei dat het allemaal 
misbaksels waren. ik gruwde ervan en haastte 

me verder naar een omweg die leidde naar een wit 
gepleisterde Belgische boerderij, waar iemand
zich zou ophouden die te maken had met misdaad

het was Nestor Pirotte of “de gekke moordenaar”
een van de ergste Belgische misdadigers
van de 20ste eeuw vóór Marc Dutroux.

vrijdag 11 september 2026

Tentoonstelling in een tentoonstelling

 tentoonstelling in een tentoonstelling

bij het museum was een tent geplaatst
onder een hoek van 17 graden horizontaal
je kon er kijken naar een tentoonstelling
of moet ik zeggen: een show?

zij omvatte een hoeveelheid schilderijen
uit de afgelopen vijftig jaar in Nederland
de meest waren welbekend voor het publiek
sommigen hadden een ‘nooit gezien’ effect

je kon er kijken naar kunstenaars in een ‘still modus’
zoals ze hadden gekeken naar een moment in de
geschiedenis waarop ze ontdekt waren zoals Anton Heyboer 
het tijdstip in 1960 waarop hij riep: “Erlosung!”

dit was een tentoonstelling in een tentoonstelling
waarbij de kunstenaars zaten in nette schoolbanken
allen met hun ‘Eureka-moment’ in de steile orde
van de moderne kunstgeschiedenis

ik trok nog eens aan de touwtjes van de tent
nu werd het 21 graden horizontaal en de
schoolbanken waren iets verschoven
nu in het ware, eeuwige, hemelse licht.

donderdag 10 september 2026

Tussenruimte

Tussenruimte

in het ruime lokaal van het museum 
zat hij aan het hoofd van de lange tafel
hij nam het woord, tegen zijn gewoonte in

"zo juist ben ik getuige geweest van de 
waarneming van de kleuren in de tussenruimte, 
dat is de ruimte waarin de kunstenaar niets heeft gedaan

en die toch aanwezig is. ik vind die ruimte vol van kleuren
die ik eigenlijk nooit gezien heb, tegen het buitenissige aan!" 
hij zweeg, om de indruk die dat maakte te bestuderen 

zij waren allen stil en keken naar de ruimte door de drie ramen, 
waar een zon scheen door de wolken van een winterse lucht. 
het licht was bijna verblindend op dat moment 

in een van de ramen was nog net de kunstenaar 
Cornelius Rogge te zien, gevolgd door een stoet kinderen
het leek alsof hij die tussenruimte ook probeerde te 
verklaren aan de onbedorven kinderzielen.

woensdag 9 september 2026

" 'ne palsie "

 “ ’ne palsie “

in de opgravingen stuitten wij (het is nu januari 2115)
op een aantal geordend lijkende delen van hout
het vergde een tijd puzzelen, maar opeens was er een gezicht
wij maakten er een druk van, volgens een oud procedé, 

een zogenaamde houtdruk. een van ons herinnerde dat 
aan een afbeelding op een boek uit de vorige eeuw, 
na lang zoeken vond hij dat op de 'interscoop'.
het ging over aangezichts verlammingen en het 

masker kwam uit Afrika. vermoedelijk ging het 
over de gevolgen van een beroerte 
met de bijbehorende uitdrukkingen
de ‘interscoop’ man dacht aan een familielid 

die dat meegemaakt had en hij trok een scheve grimlach, 
zoals hij in het oude Twents zei: " 'ne palsie "
Palsie is een spelling van palsy, een Engelse medische 
term voor verlamming of controle verlies over je spieren.

Jezus Christus

 Jezus Christus

wij voeren mee in een diepgeladen 
ertsboot, die vast gemaakt was aan een
veel grotere boot, de rivier stroomde snel 
wij zagen dat onze boot langzaam wegzonk

tegelijk zagen wij twee mensen lopen over 
het water, zij deden Jezus Christus perfect na! 
tenslotte stonden alleen hun sportschoenen 
nog op het golvende, bruisende water

nu werd het gevaarlijk, we stapten over 
op de grote trein naar het zuiden
het was een oude trein, met veel 
chroomwerk en houten, bruine panelen, 

hij rammelde, terwijl hij voort snelde
naar de Nieuwe Tijd waarin alleen plaats is
voor mensen die geloven in hun mobieltjes
de moordende aanwezigheid van algoritmen

wij denken dat het tijd is om er uit te springen
weg van de mensen met hun tattoos
de hang naar roekeloze sporten
wij bungelen in het luchtledige niets

mogelijk is dat de poëzie.

zaterdag 5 september 2026

Geheim van het dichten

 Geheim van het dichten

de situatie was als volgt:
in een kamer bevond zich een 
glazen beker en een rietje
dat rietje was geknikt en op deze plek
zat een vouw als bij de balg 
van een trekharmonica

dat rietje leidde naar een vrouwenmond
wanneer zij er op blies
verscheen er een boodschap
hoe je moest dichten  

een grote opwinding maakte zich van mij meester:
ik kon haast niet wachten tot het Eerste
Volmaakte Gedicht van mijn hand zou komen

Daarna werd ik wakker.

vrijdag 15 mei 2026

De zeis

 De zeis

De zeis, het magisch wonder tegen gras,
ook tegen het leven dat alsmaar voortduurt.
Bij het slaan tegen bramen verloor hij de 
schroef van de zeis ring die het blad vasthoudt.

Het zeis blad raakte verminkt met scheuren,
in de schuur werkte hij die weg met een slijpsteen
Nu leek het op een maansikkel met deuken, die
niet meer in staat leek de bramen bos te verslaan.

Een bosschage van bramen was de hooikap genaderd,
hij strekte zich uit over dertig meter van noord naar zuid.
Om de bramen uit de grond te trekken had hij zeemleren
handschoenen nodig van het merk Bull-Safe.

Na weken van werken had hij zijn doel bereikt,
geen braam meer te zien, wel een bramen kerkhof.
Verder ging hij met de bestrijding van de Spirea,
een taaie plant die mooie, roze bloemen geeft.

Ook dat leek onafzienbaar, maar het lukte met de 
manke zeis die vaak geslepen werd met de strik.
Tenslotte was er een stronk van de Kardinaalsmuts,
die het begaf onder het geweld van de schop.

Na deze queeste was hij het moe en bestelde
een zitmaaier die na drie maanden kwam, net
voor het winterseizoen aan zou breken. Die bracht
hem een gordelroos die vijf maanden zou bloeien.

Daarna was hij genezen van werken met de zeis
en het getob in zijn paradijselijke Kleindochteren.

zondag 4 januari 2026

Kunstgeschiedenis studenten

Kunstgeschiedenis studenten

in een hoek van het café zat iemand die beweerde
dat hij een hekel had aan kunstgeschiedenis studenten
temeer omdat ze al een beetje arrivé waren, zo kwam hij
drie studenten tegen en zei “Hallo”, geen antwoord.
Hij keerde zich om en zei nu “Boo”, dat maakte indruk,
want toen hij nog eens langskwam zeiden ze:
Twaalf, Dertien, Veertien
Vijftien, Zestien, Zeventien
.
Ze kenden hun klassieken.

'Boo, forever' werd gemaakt door Richard Brautigan