donderdag 22 juli 2021

Il Papa

Il Papa

gekweld als ik was door mijn ernstige
maagaandoening nam ik een zonnebad

ik knapte er zeer (ultra) van op
kon mij weer vrijelijk bewegen tussen

de bedrieglijke, bleke kardinalen met
hun onfrisse praktijken her en der

mijn huid leek gearceerd met zwarte inkt
voorheen mijn tiara, nu een kalotje

net zo wit als mijn pauselijke haar of
wat daar bij de kapper voor doorgaat

wanneer ik daar eens in de zes weken zit
de kapster mij de les leest over haar tarief

maar ik ben eindelijk genezen van de knoop
in mijn maag die ik kreeg van de armoede

die wij moeten lijden op deze enige planeet
waar God ons mee heeft opgescheept.

Horror Coeli (angst voor de hemel)

Horror Coeli
(angst voor de hemel)

hij vertoont zijn angst voor de hemel
de ogen liggen diep, lippen staan strak
achter zijn voorhoofd is de huid dat ook

in het begin van zijn schrijverschap
zocht hij het absurde met zijn genius
hij staarde in de onmeetbare diepte van

de hel met zijn opmerkelijk zwarte ogen
onder zijn donkerste wenkbrauwen
de dunne lippen in woeste krassen

het grote voorhoofd en de witte neusbrug
laten een stroom zien die straks uitmondt
in een snotgoot die de bovenlip vult van de man

die de geesten opsnoof van hen
die hem veroordeelden tot zijn aandoening:

Aadhunik Bahrat
, moderne Indiase geschiedenis.

'Dampfloks'

'Dampfloks'

door het landschap denderden drie ‘Dampfloks’
achter elkaar met een eindeloze reeks wagons.

ze stootten grote zwarte, smerige wolken uit
die de boombladeren en takken vervuilden.

ze weerspiegelden in het duistere rivierwater
een kolos van zesduizend paardenkrachten
tussen steden gescheiden door roggevelden,
rokende ruïnes en geblakerde fabrieken.

onderweg namen ze steenkool in en water
van de vrijwillige, gedienstige brandweerkorpsen
die ze toedienden via grote slangen in het hart
van het stinkende en smeerolie lekkende gevaarte.

aan het einde van de reis door het land

stapten de sjofel ogende reizigers vermoeid uit

ze zeulden hun koffers en kleren met zich mee
waren terecht gekomen in een extreem nieuw land.

een land zonder extreme cultuur beperkingen.

dinsdag 6 juli 2021

Prikkeldraad

Prikkeldraad

de kampbewaker trok prikkeldraad in
een uiterst krachtige militaire looppas

op weg naar een tetanusslachtoffer

dat koortsijlend op een brits lag

het stekeldraad moest verhinderen
dat er meer offers vielen die

eerst krampen kregen in het gezicht

daarna spasmen in het lichaam

eerst helde je achterover in een spasme
daarna gaven ze je
(het slachtoffer)

een ademnood met de dood tot gevolg

als reactie op de zeer linkse teksten

die Lenin hen had laten zeggen
in de vuurlinies van uitspraken die men

moest doen om deelgenoot te worden

van het oppermachtige Leninisme.

zaterdag 3 juli 2021

Vuilnisechtpaar

Vuilnisechtpaar

het verpakte vuilnisechtpaar
sjokte voort op een landweg
hun ‘krot’ kleding knelde

aan alle kanten staken
hun gebeenten er uit als knotsen
ze zeiden geen woord tegen elkaar

als dat al kon vanwege de kleding
achter hun liep een klein mannetje
(of waren zij reusachtig groot?)

hij zeulde met een pak
dat tot zijn enkels reikte
droeg een Duitse legerpet

het leger had hem afgedankt
ook hij zei niets tegen het
vuilnisechtpaar op weg naar 239

de plek waar zij verteerd werden
niets bleef over van hun ‘krot’ kleding
behalve wat ijzerdraadjes.

woensdag 30 juni 2021

Treinongeluk

Treinongeluk

God zag dat het niet goed was,
maar hij verveelde zich die dag, hij
lette niet goed op.

Nu zag hij, vanaf de hoogte die hij
beklommen had, de situatie: het treinstel
had zich geboord in een ander stel.

Het jammeren van de gewonde passagiers,
het harde kraken van het metaal,
het gieren van de haperende remmen.

Dit alles gebeurde in een Oostenrijks dal
waar de lijnbus naar Hinterbichel stilstond
met ontzet kijkende passagiers.

Hij (God) maakte een schets van deze afstand
op een kladblok van goedkope makelij,
het was tenslotte maar een ongeluk.

Verveelde zich die dag,
lette niet goed op, zwevend boven
de lijnbus 57 naar Hinterbichel.


vrijdag 25 juni 2021

Cha Cha Cha

Cha Cha Cha

ongeschoren maakte ik haar het hof
zij lachte met haar beminnelijke mond
ik pakte haar om het bekraste middel

leidde haar in mijn cha-cha-cha,
die ook de hare was: cha-cha-cha
(een, twee, drie, cha-cha-cha, een, twee, drie)

wij dansten door tot diep in
de gearceerde, zwarte nacht
onze hielen maakten het geluid: cha-cha-cha

waanden ons op Cuba in de jaren vijftig
in een zwoele nacht met de hoge hakken
van een bliksemschichtige vrouw:

(een, twee, drie, cha-cha-cha, een, twee, drie)
(een, twee, drie, cha-cha-cha, een, twee, drie)

cha-cha-cha.