Cha Cha Cha
ongeschoren maakte ik haar het hof
zij lachte met haar beminnelijke mond
ik pakte haar om het bekraste middel
leidde haar in mijn cha-cha-cha,
die ook de hare was: cha-cha-cha
(een, twee, drie, cha-cha-cha, een, twee, drie)
wij dansten door tot diep in
de gearceerde, zwarte nacht
onze hielen maakten het geluid: cha-cha-cha
waanden ons op Cuba in de jaren vijftig
in een zwoele nacht met de hoge hakken
van een bliksemschichtige vrouw:
(een, twee, drie, cha-cha-cha, een, twee, drie)
(een, twee, drie, cha-cha-cha, een, twee, drie)
vrijdag 25 juni 2021
Cha Cha Cha
De Rode Kardinaal
lang voordat een kunstenaar
uit de 'Lage Landen' zijn portret maakte
in een heftig bewogen penseelstreek
stapte de Rode Kardinaal in zijn kamer
rond in 1622 als staatssecretaris vol idealen.
hoewel hij zwak en ziekelijk was
stond hij toch op de barricaden
bij het Beleg van La Rochelle
in de strijd tussen het leger van
Lodewijk XIII en dat der
protestante Hugenoten.
vergezeld van zijn tamme
Rode Kardinaal, een vogel die
op zijn schouder een vloeiende
fluitende zang maakte:
ffwwiieeet, ffwwiieeet,
pjjuuuiaang, pjjuuuiaang,
gereproduceerd in zijn krant
de Gazette de France, genoemd
naar het Italiaans voor gazza,
een Euraziatische ekster.
Zijn Snor
Vaak keek hij naar zijn doodsbeeld
Zijn Snor die vertikaal stond
op de papierliniëring
Strepen in zijn halsstreek die aan
verhanging deden denken
De morsige Zwarte accenten en de
toevallige plekken op zijn Doodsgezicht
die de gesloten ogen vormden
Zijn Snor die in de loop der jaren
afgeslankt was van breed naar smal
Zo als bij zijn opa van moederskant
van wie nog een woordenloos filmpje
in grijswaarden bestaat, met Zijn Snor.
vrijdag 4 juni 2021
Fluitekruid
bij een fietstocht kwam ik
aan weerszijden van het geteerde
pad het fluitekruid tegen
hoger dan ik het ooit gezien had
na de sierlijke bocht om de eik
raakte ik het kruid steeds aan
in mijn herinnering kwam het
gefloten deuntje terug:
fluitekruidfietstocht, fluitekruidfietstocht,
het duurde honderden meters
toen was het plotseling voorbij,
zeeg ik neer op een scheve bank
scheef keek ik naar de horizon
ik verbeeldde me dat zij ook
een beetje uit het lood was
mogelijk was dit een gevolg
van het zwaar ontluikende fluitekruid
dat de planeet deed overhellen
ik leed aan de schoonheid van het kruid
het moest er maar niet meer zijn in
het volgende seizoen in mei.
Zweefvliegen
boven mij zwierden, met de klok mee
een zweefvliegtuig, eerst éen, toen twee
vervolgens drie en toen nog een vierde
ze maakten steeds dezelfde cirkels
met de thermiek mee, waarbij hun
vleugels schitterden, daarna verflauwden
ze tegen een helblauwe lentelucht eind mei,
draaiden, kwamen steeds dichterbij
het leek wel een ode, aan wie?
toen kwam het toppunt: boven hun
doorkruiste een lijnvliegtuig hun circulum
het vloog van zuidoost naar noordwest
toen zij met zwieren gestopt waren
en van noordoost naar zuidwest vlogen
met hun vleugels die ook aan het einde
een kromming hadden zoals gewone vliegtuigen
voor meer efficiency in de luchtstromen
of ten behoeve van iemand die dit zag.
donderdag 20 mei 2021
Karaoke
Karaoke
in de karaoke wedstrijd raakte ik verzeild
samen met mijn zus die een gehandicapte duwde
die aan haar ene been een paarsblauwe invalidenschoen
droeg, die ik de rode koolschoen noemde
aan de andere wat ik een bloemkoolschoen noemde
beide duidden op een zeer zware handicap.
in de opvoering zat ook iemand die half Achterhoeks
half Engels mee zat te brullen, heel merkwaardig, zeer...
ik kon me alleen Corry van Gorp herinneren
die mij een karaokegevoel gaf:
Jodelahiti Jodelahita.
Wierden
Wierden
in de plaats Wierden liep ik op het trottoir
naderde een duivel van metaal die boven
mij bungelde met zijn tong uit de bek
aan de tong zat een belletje dat rinkelde
later zat ik bij een gezelschap voor
de aanbidding van Maria, een onooglijke
gestalte tussen de kerkbanken.
ze was erg streng tegen de duivel
hij mocht zich niet meer vertonen
aan mij en mijn liefje, dat zich verstopt
had voor zijn rinkelende gulzigheid
tussen andere Maria's in een bibliotheek
van het rare Wierden.